Klimaatbestendige zoetwatervoorziening HWS

Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening voor het Hoofdwatersysteem

De essentie van de strategie Klimaatbestendig Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem bestaat uit:

  • Meer flexibiliteit in verdeling van zoetwater om met verschillende omstandigheden om te kunnen gaan, binnen de bestaande infrastructuur en aansluitend op de ervaring van slim watermanagement.

  • Operationeel sturen op instandhouden en beheren van zoetwaterbuffers in het hoofdwatersysteem.

  • Verkennen mogelijkheden en consequenties van  aanwijzen van zoetwaterbuffers in het hoofdwatersysteem.

  • Grotendeels aansluiten bij bestaande infrastructuur en beheermogelijkheden.

  • Beperkte maatschappelijk kosten.

SBN

Bouwstenen

  • Bij middelhoge Rijnafvoeren (1,600 - 2,000 m3/s) stuw Driel eerder knijpen, waardoor meer water over IJssel en Waal wordt gevoerd. Met het extra water over de IJssel kan de IJsselmeervoorraad beter worden gevuld. Hiervoor is aanpassing van het stuwprogramma van de stuwcomplexen in de Nederrijn-Lek nodig.
  • Zoet houden van de bovenloop van de Lek door bij lage rivierafvoeren situationeel water via het Betuwepand onttrekken aan de Waal en over stuw Hagestein te voeren. Ook hiervoor is aanpassing van het stuwprogramma Nederrijn-Lek nodig.
  • Zoet houden van de bovenloop van de Hollandse IJssel door bij lage rivierafvoeren water via het Betuwepand te onttrekken aan de Waal en via de Klimaatbestendige Wateraanvoer West-Nederland naar de Hollandse IJssel te voeren.
  • Aanvoer van water naar het IJsselmeergebied via het Betuwepand en Amsterdam- Rijnkanaal wanneer met stuw Driel niet meer gestuurd kan worden (Rijnafvoer < 1,600 m3/s). Huidige denkrichting is zo’n 40m3/s, die opgevoerd moet worden van ARK naar IJsselmeerpeil. Mogelijk beperkt door huidige infrastructurele mogelijkheden.
  • Uitbreiden real-time monitoring waterstanden, afvoer en chloridemetingen; voorspellingen (het liefst 6-8 weken vooruit) en een beslissing ondersteunend systeem voor (boven)regionaal watermanagement.Dit om slimmer en efficiënter te kunnen sturen.
  • Onderzoeken van mogelijkheden extra water vast te houden in de gestuwde Maas. Daarnaast ook kansen verkennen om via internationale overleggen te kijken hoe piekafvoer Maas en basisafvoer Roer geoptimaliseerd kunnen worden.

Voordelen

De zoetwatervoorziening van West Nederland wordt robuuster. Dit biedt zekerheid voor de zoetwatergebruikers. Ook in het IJsselmeergebied wordt de zoetwatervoorziening robuuster. Afhankelijk van de haalbaarheid van de doorvoerroute via het Amsterdam-Rijnkanaal brengen de strategie watertekorten terug tot maximaal eens per 50 jaar. Dit binnen de randvoorwaarde van het huidige peilbesluit IJsselmeer.

Het ’bespaarde’ water dat met de nieuwe strategie niet nodig is voor het tegengaan van de verzilting via de Nieuwe Waterweg kan op verschillende manieren worden ingezet. Bijvoorbeeld voor de toenemende watervraag voor tegengaan van bodemdaling in veenweidegebieden.
De langetermijn optie om de Nieuwe Waterweg af te sluiten om de toenemende verzilting tegen te gaan kan hiermee later om een beslissing vragen, met misschien realisering na 2100 als dat vanuit waterveiligheid nodig zou zijn.

Nadelen

Het water dat eens per 15 jaar uit de Waal gehaald wordt om het IJsselmeer aan te vullen geeft een extra waterstandsdaling van 5 à 10 cm bij het scheepvaartknelpunt St. Andries. Dit knelpunt is ook in beeld in het kader van Integraal Riviermanagement (IRM). Het voor de internationale Rijnvaart maatgevende knelpunt bij Nijmegen wordt door deze strategie niet beïnvloed. Dit is voor de internationale scheepvaart een groter knelpunt dan St. Andries.

Kosten

De kosten in het hoofdwatersysteem bedragen naar verwachting rond de 10-15 mln euro voor Rijkswaterstaat (RWS). Dit zijn kosten voor extra monitoring, aanpassen van ondersteunende systemen en stuwprogramma’s.  Kosten voor RWS-maatregelen zullen uit het Deltafonds moeten komen. De regio West-Nederland moet rond de 10 mln euro extra kosten maken. Realisatie van een wateraanvoerroute door de Krimpenerwaard is nodig voor het zoet houden van de bovenloop van de Hollandse IJssel.

Effecten voor zoetwatergebruikers

Drinkwater

Het duidelijk aanwijzen en beheren van zoetwaterbuffers is van meerwaarde voor strategische keuzen van drinkwaterbedrijven over vervangingsinvesteringen en nieuwe winlocaties. Een aantal inlaatpunten van de waterschappen en oeverinfiltraties van drinkwaterbedrijf Oasen verzilten in beperkte mate eerder met deze strategie dan bijhet huidig beheer. Drinkwaterbedrijven zullen dan hun beheer enigszins moeten aanpassen. Het ‘vrijspelen van zoetwater’ geeft ruimte voor uitbreiding van drinkwaterwinningen. Dit voordeel geldt primair tegenover de huidige strategie. Globaal is de impact neutraal tot positief.

Landbouw

De landbouw profiteert van de strategie met name in de IJsselmeerregio (Noord, Midden en deels Oost Nederland) voor zover deze van water vanuit het IJsselmeer kan worden voorzien. Het verlies aan opbrengst wordt flink minder in het gebied dat door het hoofdwatersysteem water water kwan worden voorzien. Eerste analyses voor deze regio laten zien dat in de meest extreme jaren de baten netto toenemen tot 30 miljoen per jaar. Hierbij is rekening gehouden met toenemende beregeningskosten (omdat er meer water voor beregening voorhanden is).

In andere regio’s treedt er geen verslechtering op. Ook in deze regio’s biedt de strategie de mogelijkheid tot verlaging van de landbouwschade door het mogelijk maken van aanvullende onttrekkingen uit het hoofdwatersysteem.

Scheepvaart

De strategie vraagt om een extra debiet via het Amsterdam RijnKanaal (ARK) naar het IJsselmeer/Markermeer (grofweg eens in de 15 jaar) en water via Hagestein naar de Lek (grofweg elke 4 jaar). Dit water wordt onttrokken aan de Waal en zorgt voor waterstandsverlaging op de Waal in de omgeving van Tiel. Dit heeft vooral invloed op de relatieve ondiepte bij St Andries. De minimaal afgesproken waterstand bij St. Andries wordt met de strategie gemiddeld 3,5 ipv 3 dagen onderschreden. Dit is ruimschoots binnen de grenzen van de Akte van Mannheim waarin gemiddeld 20 dagen per jaar de minimale waterstand mag worden onderschreden.

Voor de internationale Rijnscheepvaart is de relatieve ondiepte bij Nijmegen maatgevend. Een extra afvoer van ongeveer 40 m3/s via het Betuwepand heeft geen invloed op de waterstand bij Nijmegen. Daarom is deze strategie niet van invloed op de internationale scheepvaart. Het toenemen van onderscheiding bij St. Andries heeft alleen betrekking op dat deel van de nationale scheepvaart waarvoor de relatieve ondiepte bij Nijmegen niet maatgevend is. In 6 van de 100 jaar zouden er door de scheepvaart op de ARK-route extra kosten moeten worden gemaakt. Deze liggen tussen de 0.1 - 0.7 miljoen € per jaar. Ter vergelijking: de totale vaarkosten op de ARK route zijn circa 110 miljoen € in een gemiddeld jaar (verandering < 1%) en die op de Waal route meer dan 3 miljard (verandering ~0.02%).

Natuur

De natuur kiest bij voorkeur voor een versterking van de Deltanatuur waaronder een verbetering van de vismigratie via het Haringvliet en vergroting van de estuariene dynamiek. Het ‘vrijspelen’ van water biedt kansen om een deel van dit water te benutten voor het verbeteren van de natuurdoelen in de delta. Of en hoe vraagt nader onderzoek. Het versterken van natuurwaarden moet vooral als kans worden gezien, niet als vanzelfsprekend effect.

De memo "Klimaatbestendige Zoetwatervoorziening Hoofdwatersysteem" beschrijft ook de hydraulische effecten op de verschillende onderdelen van het hoofdwatersysteem en effecten voor verwante beleidsterreinen zoals bodemdaling en klimaat.

Rapporten:

Verdelingsvarianten Hoofdwatersysteem (site Deltacommissaris)

Nadere verkenning Stuurbaar Buffernetwerk (sept 2019)